Nieuws

leerlingenraad-2016

Ebbie van Giesen gr. 5, Koen Verbeek gr. 6, Joeri van Gameren gr. 8, Sophie de Haas gr. 6

LEERLINGENRAAD

Vragen:
Vraag 1: Wie zit er in de leerlingenraad?
Joeri van Gameren (groep 8), Koen Verbeek (groep7), Sophie de Haas (groep 6) en Ebbie van Giesen (groep 5).
De begeleiders zijn Henny van Nunen en Rietje Wijnings.
Vraag 2: Waarom zitten kinderen in een leerlingenraad?
Omdat de school heeft gekozen dat kinderen ook iets te zeggen hebben. Alleen niet iedereen kan er in, dus is er in de klas gestemd  bij de groepen 5 t/m 8 wie in de leerlingenraad mag. De leden van de leerlingenraad vertegenwoordigen niet alleen hun eigen groep maar zijn ook gekoppeld aan een van de groepen K t/m 4.
Vraag 3: Wat doet de leerlingenraad?
Wij werken plannen van leerlingen uit zover het kan en mogelijk is. Bijvoorbeeld: een schoolkrant. Wij komen  een paar keer per jaar bij elkaar om te vergaderen. We bespreken dan hoe wij dit aanpakken.


Leerlingenraad op de Berckacker

Samen de school maken “Samen maken we de school”. Dat is het uitgangspunt van de leerlingenraad op de Berckacker. Burgerschapsvorming gaat uit van drie domeinen die de essentie duidelijk naar voren brengen: Democratie, participatie en identiteit. Binnen de leerlingenraad komen deze drie domeinen naar voren. Als Berckacker willen we in de lijn ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’ de kinderen op onze school leren om te leren samen verantwoordelijkheid te dragen voor de school (participatie). Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren wat het betekent om deel uit te maken van en inspraak te hebben in een gemeenschap (democratie). We leren kinderen hun eigen keuzes te maken en te uiten, respect te hebben voor die van anderen en om te gaan met verschillen (identiteit). In het kader van communicatie willen we kinderen leren om meer inbreng te tonen, hun eigen mening te formuleren en hun eigen standpunt te leren bepalen. De leerlingenraad is een platform van leerlingen voor leerlingen waarin kinderen kunnen participeren in het besluitvormingsproces op school. “MEE WETEN, MEE DENKEN, MEE BESLISSEN.”

Doel

– Kinderen leren medeverantwoordelijk te zijn voor eigen leerprocessen. Door leerlingen mee te laten praten over het onderwijs om zo een bijdrage te kunnen leveren aan verbeteringen van de sfeer en onderlinge omgang (tussen leerlingen onderling, tussen leerlingen en leerkrachten en tussen leerkrachten onderling). – Het bevorderen van een cultuur waarin leerlingen en leerkrachten met erkenning van verschillen in positie-rol en verantwoordelijkheid meer gaan samenwerken met het oog op ieders leren en ontwikkeling (ook van leerkrachten). – De kinderen vertegenwoordigen de leerlingen van de hele school waarbij we de betrokkenheid voor het samen maken van de school willen vergroten.

Leerlingenparticipatie

Leerlingenparticipatie in de basisschool is heel ruim. Het gaat niet alleen over formele, georganiseerde beslissingsmomenten, maar ook over de dagelijkse omgang en school- of groepspraktijk. MEE WETEN. Leerlingen brengen een flink stuk van hun leven op school door. Om de school te beleven is het goed dat we ze zien als volwaardige partners. Leerlingen moeten op de hoogte zijn van wat er allemaal gebeurt in en rond de school, voor zover het hen raakt. Daarvoor is het nodig dat wij hen ‘informatie op maat verstrekken’. MEE DENKEN. De school speelt een ingrijpende rol in het leven van de kinderen. Leerlingen denken na over hun school. Het is hun ervaringswereld bij uitstek. Ze hebben ook een mening over wat er goed gaat op school en wat minder goed, over wat er allemaal kan veranderen. Ze wisselen graag van gedachten met anderen, zowel andere kinderen als volwassenen. Over de wereld waarin zij leven en dus ook over de school. Het vraagt tijd en gepaste aandacht om te horen wat kinderen te zeggen hebben. MEE BESLISSEN. Leerlingen kunnen niet alleen zinvol meedenken over al wat hen ‘raakt’. Over sommige thema’s willen ze ook echt mee beslissen. Ze brengen graag advies uit, zoeken graag mee naar een oplossing waar iedereen zich in kan vinden. Al pratend horen zij de mening van anderen, toetsen hun eigen mening daaraan, schaven die bij. Niet altijd willen kinderen mee beslissen. Wat hen te ingewikkeld lijkt, laten ze liever over aan volwassenen die ze vertrouwen.

Wat vraagt dit van de schoolleider, de leerkracht en de leerling

Schoolleider: De schoolleider ondersteunt de leerkrachten in school die in gesprek gaan met leerlingen over onderwijs en bevorderen daarmee dat de ervaringen en opbrengsten breder worden gedeeld. Leerkrachten: De leerkrachten staan open voor wat leerlingen beweegt en willen weten hoe leerlingen het onderwijs ervaren. Dit vereist structureel gesprekken met leerlingen. Leerlingen: De leerlingen kunnen meepraten over het onderwijs en kunnen een bijdrage leveren aan verbeteringen/veranderingen op school.

De leerlingenraad

De leerlingenraad is een overlegvorm tussen afgevaardigden van de groepen 5 t/m 8 en twee regisseurs van de school. Onderwerpen die binnen de leerlingenraad aan bod komen gaan over alles wat de leerlingen bezighoudt. De thema’s komen soms direct uit de klas, soms indirect door voorvallen of hebben te maken met schoolbrede activiteiten. MT en leerkrachten kunnen ook thema’s aankaarten.

Onderwerpen waarover leerlingen kunnen meepraten:

* Waarden en normen op schoolniveau, groepsniveau en leerlingniveau: verantwoordelijkheid en nieuwsgierigheid. De derde waarde weten we nog niet te duiden. Het omvat in ieder geval respect, openheid en omgaan met verschillen. Dit alles op het niveau van schoolleiding, leerkrachten en ouders. * Vanuit de waarden de regels met elkaar maken. Formele regels (bepaald door de schoolleiding; leerklimaat). Informele regels, wat mag en mag niet (bepaald door leerkrachten samen met leerlingen; leefklimaat) * Gebouw en voorzieningen. * De resultaten van het “leerlingentevredenheidsonderzoek” kunnen ook bij het overleg worden gebruikt.

Afspraken:

* Elke groep laat zich vertegenwoordigen door een kind. * Zij worden door de kinderen of de leerkracht uit hun groep gekozen. Dit is afhankelijk van de doelen die de leerkracht op dat moment voor ogen heeft. * De verkiezingen van afgevaardigden zijn steeds in het begin van het schooljaar. * Voorafgaand aan de vergadering stemt de leerkracht met de klas af, welke punten ingebracht moeten worden. * De leerkrachten krijgen een week voor de vergadering een “reminder” om in de klas af te stemmen. * De regisseurs zitten de vergadering voor. * De regisseurs maken een verslag, met o.a. een duidelijke lijst van ingebrachte vragen of voorstellen, alsmede de gemaakte afspraken. * De leerlingenraad vergadert drie keer per schooljaar. * De eerste vergadering worden ideeën vormgegeven. De tweede vergadering gaat over de uitvoering van de ideeën. Tijdens de derde vergadering vindt de evaluatie plaats.

Hoe ver gaat hun bevoegdheid?

De leerlingenraad moet concrete dingen kunnen realiseren. De leerlingen in de raad hebben adviesrecht. Soms kunnen ze helpen afspraken mee uit te voeren. De leerlingenraad vraagt een goede informatieverstrekking. Leerlingen hebben er recht op goed geïnformeerd te worden over zaken waarover ze geacht worden een mening te hebben.

Verslaglegging en terugkoppeling.

De leerlingen brengen verslag uit aan de groep die zij vertegenwoordigen en de groepen die niet in de leerlingenraad vertegenwoordigd zijn. Ze kunnen daarbij gebruik maken van het gemaakte schriftelijke verslag. De regisseur maakt een verslag, met o.a. een duidelijke lijst van ingebrachte vragen of voorstellen, alsmede de gemaakte afspraken. De verslagen komen op de website en verdere informatie is te vinden op een hiervoor bestemd leerlingenraadprikbord in de hal. Er moet gezorgd worden voor duidelijkheid, over wat er met hun suggesties verder is gebeurd. Leerlingenparticipatie is dus niet vrijblijvend.

Wijze van omgaan met elkaar.

Kinderen en volwassenen zijn niet gelijk, maar in het overleg binnen de leerlingenraad wel ‘gelijkwaardig’. Volwassenen moeten er voor waken dat ze kinderen in het overleg de ruimte geven. Ze moeten streven naar een open relatie, waarin kinderen tot hun recht komen, vrij hun mening kunnen geven binnen de kaders van “respect voor elkaar.”

Haalbare en betaalbare wensen.

De leerlingenraad moet zich ervan bewust zijn dat er een grens zit aan de uitvoerbaarheid van wensen. Steeds zal moeten worden besproken: – wat is haalbaar en betaalbaar ? – welke prioriteiten zijn er ? – zijn het eenmalige zaken of punten van voortdurende aandacht ? – wie is er verantwoordelijk voor de verdere uitvoering ? – zijn er nog andere eind-beslissers ?

Verkiezingen in de groep:

– Uitleg over de leerlingenraad – Vergaderingen: wie kan er op die tijd – Wie vinden wij als groep geschikt om iets voor ons te kunnen betekenen – Anoniem stemmen via briefjes, iedereen schrijft een naam op.


Nationaal Schoolontbijt 2014 Evenals vorige jaren hebben we ook dit jaar weer deelgenomen aan het Nationaal Schoolontbijt. Op donderdag 6 november 2014 waren de tafels netjes gedekt toen de kinderen op school kwamen. Samen met zo’n 500.000 kinderen op ruim 2500 basisscholen willen we de kinderen laten ervaren hoe belangrijk het is om de dag te beginnen met een gezond ontbijt. Eveneens wordt met de deelname aan het Nationaal Schoolontbijt de stichting Make-A-Wish gesteund. De deelnemende scholen zorgen voor een symbolische bijdrage aan deze Stichting, die de liefste wens vervult van kinderen met een levensbedreigende ziekte. De Plusmarkt zorgde voor brood, beleg, fruit en drinken en met de hulp van enkele ouders werd er genoten van een heerlijke broodmaaltijd. Het overgebleven voedsel hebben we geschonken aan de Voedselbank Veldhoven. DSC00716 DSC00712 DSC00711 DSC00710 DSC00706 DSC00705 DSC00704 DSC00700 DSC00698